Haal een stijf vel bladerdeeg uit de ijskast en leg met het boterpapier in een vaste deegvorm. Duw het deeg mooi tegen de randen en snijd wat over de rand hangt af met een scherp mes.
Neem een vork en prik gaatjes in de bodem van de taart zodat het bodem-bladerdeeg de krieken niet uit de vorm gaan duwen tijdens het rijzen van het deeg.
Maak vanillepudding met volle melk, vanillepudding uit een pakje, vanillesuiker en 50 gram gewone suiker. Klop de klonters uit de bloem en laat 1 minuutje koken zodat de pudding indikt. Zet van het vuur en laat afkoelen.
Meng het kriekensap met de 100 gram suiker en de 40 gram maïzena.
Als de pudding is afgekoeld, schep je hem op de taartbodem en smeer mooi open. Verdeel er dan de krieken over die je wat in de pudding duwt en vul dan met het aangezoete kriekensap.
Leg een ander vel bladerdeeg bovenop de taart en duw tegen de zijkant op de rand van de taartvorm. Snijd wat over de vorm hangt af en prik met een vork gaatje sin het bovenste vel. Klassiek kan je ook dunne repen van
de overschot van een groot vel bladerdeeg of van een ander vel bladerdeeg snijden: leg in kruisvorm over elkaar met de uiteinden over de rand van de taartvorm. Duw op alle randenreepjes op de rand van de taartvorm,
zodat wat over de taartvorm hangt afbreekt.
Vermits alle ingrediënten koud zijn, laat je de kriekentaart 3 kwartier bakken in de oven op 180 graden.
Als je de taart wil laten blinken, warm je wat abrikozengelei op en smeer over de top van de nog warme taart. Je kan ze ook simpelweg bestrooien met poedersuiker, griessuiker of bruine suiker.