Wanneer biscuit en kriekensaus afgekoeld zijn, snijd je de biscuit in 3 schijven. Borstel met een borsteltje wat Kirsch over de onderste schijf.
Klop de ijskoude room op met een pakje klop-fix en 40 gram poedersuiker stijf.
Strijk een zeer dun laagje room bovenop de met Kirsch beborstelde biscuitschijf en spuit of spatel de rand met wat meer room. Hierbinnen leg je een flinke laag kriekenvulling (alles indien je een kleine bokaal krieken had).
Hierover spuit of strijk je een dun laagje opgeklopte room.
Dan het tweede stuk biscuit erop en even goed aandrukken. Dan herhalen: Kirsch over deze schijf borstelen plus de helft van de nog overgebleven room erover strijken. (Had je nog kriekenvulling over, dan zoals voordien een dun laagje room met aan de rand meer, vullen met kriekenvulling en er dan bovenop een deftige laag room).
Daarop het derde stuk biscuit leggen en weer goed aandrukken.
Dan met bijna de rest van de room de top en zijkant bedekken. Flink wat "plamuurkunsten" met een spatel dus tot het er best goed uitziet. Streef vooral niet naar perfectie, want de geraspte chocolade maakt het allemaal zeer mooi ogen.
Spuit met de resterende room 16 toefjes op de bovenkant van de biscuit en duw op elk toefje een kriek.
Bestrooi de top en de rand met geraspte chocolade (met je hand naast de biscuit zodat de schaafsels tegen je hand en dan tegen de wand vallen) en je Schwarzwalder Kirsch taart is klaar :-)